Maandelijks archief: februari 2015

Stille Nacht

Stille Nacht, Heilige Nacht.
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal
werd geboren in Bethlehems stal.
Hij, der schepselen Heer
Hij, der schepselen Heer.

Hulp’loos kind, heilig kind,
dat zo trouw zondaars mint.
Ook voor mij hebt G’Uw rijkdom ontzegt,
werd G’in stro en in doeken gelegd.
Leer m’U danken daarvoor
Leer m’U danken daarvoor.

Stille Nacht, Heilige Nacht,
Heil en vree wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld.
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen! Gode zij eer
Amen! Gode zij eer.

De zak van Sinterklaas

De zak van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas,
De zak van Sinterklaas,
o jongens, jongens
‘t is zo’n baas!
Daar stopt hij, daar stopt hij,
daar stopt hij blij van zin.
De hele, de hele,
de hele wereld in!
De zak van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas,
De zak van Sinterklaas,
o jongens, jongens
‘t is zo’n baas!

Hij is voor groot en klein,
groot en klein, groot en klein,
Hij is voor groot en klein
voorzien van taai en marsepein.
En bergen, en bergen,
En bergen suikergoed,
Zo lekker, zo lekker,
Zo lekker en zo zoet.
Hij is voor groot en klein,
groot en klein, groot en klein,
Hij is voor groot en klein
voorzien van taai en marsepein.

Maar onder in die zak,
in die zak, in die zak,
Maar onder in die zak
daar ligt het hele grote pak,
Voor ‘t lieve, voor ‘t zoete,
voor ‘t lieve zoete kind.
Zeg was jij, zeg was jij,
dit jaar gehoorzaam vrind?
Maar onder in die zak,
in die zak, in die zak,
Maar onder in die zak
daar ligt het hele grote pak.

Daar wordt aan de deur geklopt

Daar wordt aan de deur geklopt,
hard geklopt, zacht geklopt.
Daar wordt aan de deur geklopt.
Wie zou dat zijn?

Wees maar gerust mijn kind.
Ik ben een goede vrind.
Want al ben ik zwart als roet,
‘k Meen het wel goed.

Want ik kom van Sinterklaas,
Sinterklaas, Sinterklaas.
‘k Heb voor jou, m’n kleine baas,
moois in mijn zak.

Ben je wel zoet geweest?
Wees dan maar niet bevreesd!
Kijk, hier zendt Sint Nicolaas
fijn speculaas!

Zwarte Piet, wees wel bedankt;
wel bedankt, wel bedankt!
Nu zal ik aan ‘t leren gaan,
daar kan j’ op aan.

Borstplaatjes, groot in tal,
‘k deel ze vanavond al
met mijn lieve zusje klein.
Blij zal ze zijn!

Lang leve het nijlpaard

De schapen die blaten, de kaka zegt: toe!
De mensen die praten, de koe die zegt boe.
Maar ons aller nijlpaard interesseert dat geen fluit,
Hij ligt in de modder en maakt geen enkel geluid.

De apen in Artis die stellen zich aan,
Ze krijsen en gillen voor een simp’le banaan.
Maar ons slimme nijlpaard verzet nog geen poot,
Hij gaapt af en toe eens en verdient zo z’n brood.

Refrein
Leve het nijlpaard!
Wat een schitterend dier!
Dik, lui en lelijk
Ligt hij in de rivier.
Je hoort hem nooit klagen.
Het nijlpaard heeft stijl:
Hij ligt alle dagen,
Met z’n kont in de Nijl!

Het nijlpaard heeft maling aan uiterlijk schoon,
Zoals ie eruit ziet, zo is tie gewoon.
Hij maakt zich niet op en doet ook niet aan de lijn,
Maar ligt dik en lelijk gelukkig te zijn.

Dus als je heel lui bent met ‘n lelijke snuit,
Wat kan jou het schelen, wat maakt dat nou uit.
Want neem nou het nijlpaard, die is altijd tevree,
Die gezellige dikkerd die zit nergens mee.

– Refrein 

Hij ligt alle dagen,
Met z’n kont in de Nijl!

Ai ai Olga

Er was er ‘s een ouwe Rus
Die woonde in de Kaukasus
Hij was verliefd op Olga.
Hij zei: ‘k wil met je trouwen zus
En geef je mij niet gauw een kus
Dan spring ik in de Wolga

Refrein

Ai ai Olga, als jij van mij niet houdt
Dan spring ik in de Wolga
En kind, die is zo koud
Met jou wil ik de wodka delen
Dansen en de balalaika spelen
Ai ai Olga, als jij van mij niet houdt
Dan spring ik in de Wolga
En kind, die is zo koud

Maar Olga zei: nee, dank je wel
Ik blijf voorlopig vrijgezel
Want ik zie meer in Ivan,
Aan hem schenk ik mijn hart misschien
Hij houdt tot ‘s avonds kwart voor tien
Mijn hand vast op de divan

Maar Olga gaf hem toch geen zoen
Toen moest hij voor zijn goed fatsoen
Wel in de Wolga springen,
Hij nam een aanloop van het strand
En haalde net de overkant
En ging daar door met zingen

– Refrein 2x

Ai ai Olga, als jij van mij niet houdt
Dan spring ik in de Wolga
En kind, die is zo koud

Een Nederlandse Amerikaan

Een Nederlandse Amerikaan,
die zie je al van verre staan. (2x)

Refrein
Van voor naar achter, van links naar rechts. (4x) 

• Zijn hoofd lijkt wel een varkenskop,
daar groeit zowat geen haar meer op. (2x + refrein) 

• Zijn neus lijkt wel een stopcontact
Ik wou dat ik er een stekker voor had

• Zijn hemd lijkt wel een prentenboek
Het hangt een meter uit zijn broek

• Zijn buik lijkt wel een luchtballon
Ik wou dat ik er in prikken kon

• Zijn broek reikt amper tot zijn kuit
Gestreepte sokken er onderuit

• Zijn hand lijkt net een worst pakket
Net zo rood, en net zo vet

• Maar iemand met gezond verstand
Doet zoiets niet in Nederland

Julia

Refrein

Julia, Julia, Julia-ja
Julia, Julia, Julia-ja
Julia, Julia, Julia-ja, en Julia is zo schoon.
Julia is zo schoon, zo schoon als de sirene
Al heeft ze vuurrood haar en een paar kromme benen

Coupletten

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie haren
Van voren is het vlas en van achter is het garen

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie tanden
Ze zijn zo groen als gras, met donkergele randen

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie ogen
De ene is van glas en de ander kijkt naar boven

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft zulke mooie borsten
De ene is van kurk, de andere zit vol korsten

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie oren
Het ene die is doof, het andere kan niet horen

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie armen
Ze hangen langs haar lijf, als uitgedroogde darmen

– Refrein

En Julia is zo schoon, ze heeft van die mooie benen
Het ene is van hout en het andere verdwenen

– Refrein

En Julia is zo mooi, ze heeft zulke mooie billen
De ene houdt ze stijf en de andere laat ze trillen

– Refrein

En laatst was Julia krank, toen lag ze in haar kamer
Stomdronken van de drank, te zwaaien met een hamer

– Refrein

En nu is Julia dood, nu kun je haar bekijken
Met zemelen gevuld, ligt ze in ‘t museum te prijken

– Refrein